Tegelen is het enige stadsdeel onder de vlag van Veldeke Krink Venlo dat nog een declamatiewedstrijd heeft. Vrijdag 17 april is de finale van de vijfentwintigste editie in een ongetwijfeld bomvolle Harmoniezaal.
Ouders die het Tegels als voertaal hebben, maar tegen hun kinderen Nederlands praten. Truus Verbong-Simons schudt haar hoofd. “Waarom? De voordelen van dialect spreken zijn intussen toch bekend?” Bas Vissers kan dat als bestuurslid van Veldeke Limburg alleen maar beamen. “Uit onderzoek is gebleken dat kinderen er profijt van hebben als ze tweetalig zijn opgevoed. Daar zijn ook cijfers van. Een paar jaar geleden werden de resultaten van het havo-eindexamen Nederlands op scholen in verschillende delen van het land met elkaar vergeleken. Daaruit bleek dat de scores in Kerkrade beduidend beter waren dan in de Randstad.”
In Tegelen hoeft hij niemand te overtuigen. Anders dan in Venlo, waar deze traditie is doodgebloed, doen op één na alle basisscholen trouw mee aan de declamatiewedstrijd van Veldeke. “De animo is nog net zo groot als bij de start in 2000, toen ik als winnares van het Tegels dictee werd gevraagd om te jureren. Ik was meteen verkocht.”
Dat sindsdien een hele generatie Tegelenaren heeft ervaren hoe leerzaam en vooral leuk het is om ‘plat’ te kunnen praten, is voor een groot deel haar verdienste. Truus Verbong, die zelf drie dialectbundels met kinderversjes vol schreef, weet haar jonge dorpsgenoten al ruim een kwart eeuw warm te maken voor hun moedertaal. Als organisator van de declamatiewedstrijd doet ze dat samen met Susan Janssen en Nicol Ebus. “Susan is de verbindende schakel met de basisscholen, Nicol onderhoudt het contact met Veldeke en ik met de schrijvers. En dat zijn er intussen heel wat. We mogen ons op z’n Tegels gezegd ‘op de kônt klatse’ met zoveel talent. Het aanbod is zo groot dat ik zelf na dit jaar stop met gedichtjes schrijven. De nieuwe generatie is nu aan zet.”
De vier deelnemende scholen ontvangen elk jaar een stapeltje nieuwe gedichtjes waarmee leerlingen aan de slag kunnen. Elke school heeft een eigen voorronde, waarna de winnaars van de drie leeftijdsgroepen doorgaan naar de lokale eindstrijd. Het niveau is hoog. “Tegelen zit er in de Limburgse finale vaak bij. We staan goed aangeschreven.”
Het is een aandoenlijk tafereel, vooral bij de kleintjes uit de onderbouw. Nicol Ebus kan er intens van genieten. “Ik vind het zo knap! Voor een bomvolle zaal in je eentje een versje voordragen. En dan die glunderende gezichtjes als iedereen begint te klappen.”
Susan Janssen kreeg de liefde voor het Tegels dialect thuis met de bekende paplepel ingegoten. “Toen ik in 2007 meespeelde in de Tegelse Revue, was het de taak van Truus om erop te letten dat we correct Tegels spraken. We hadden meteen een klik. Het jaar erna ben ik ook versjes gaan schrijven.” Hart voor het dialect is wat hen verbindt. Janssen: “Dit hoort bij ons erfgoed en mag nooit verloren gaan. Ik speelde zelf als leerkracht graag met taal en hoop dat er voor dit stukje cultuureducatie ruimte blijft in het basisonderwijs. Het is mooi dat de Tegelse scholen het goede voorbeeld geven.” Truus Verbong ziet dat steeds meer jongeren appen in het plat. “En dat is ook logisch. In je eigen dialect kun je gevoelens veel beter verwoorden.”
Marcel van Lier

